Omhels meer van deze weldaden voor de toekomst, zodat mijn vreugdevolle taak om terug te blikken op Gods verlossing kan voortduren en toenemen
Geloof in toekomstige genade is het geheim dat voorkomt dat impulsen van dankbaarheid omslaan in een mentaliteit van schuldethiek. Ware dankbaarheid verheugt zich in de rijkdom van Gods genade wanneer ze terugblikt op de weldaden die ze heeft ontvangen. Door op deze manier de genade uit het verleden te koesteren, wordt het hart ertoe bewogen te vertrouwen op toekomstige genade. Men zou kunnen zeggen dat dankbaarheid een groot verlangen heeft om terug te blikken op de uitstortingen van Gods genade en daarvan te genieten. En aangezien God het reservoir van genade uit het verleden vergroot door meer genade uit te storten via het geloof, stuurt dankbaarheid – met het oog op deze toename – haar impulsen van vreugde naar het geloof in deze toekomstige genade die steeds weer op ons afkomt.
Dit komt tot uitdrukking in de woorden van Psalm 116:12–13:
Wat zal ik de HEERE vergelden
voor al Zijn weldaden aan mij?
Ik zal de beker van het heil opheffen
en de naam van de HEERE aanroepen,
Met andere woorden: wat de psalmist de HEERE wil vergelden voor zoveel genade uit het verleden, is de roep om meer genade in de toekomst. Dankbaarheid verheugt zich in Gods weldaden uit het verleden en zegt tegen het geloof: "Omhels meer van deze weldaden voor de toekomst, zodat mijn vreugdevolle taak om terug te blikken op Gods verlossing kan voortduren en toenemen."
Het ware fundament van gehoorzaamheid
In Hebreeën 11 zien we bijvoorbeeld dat de gelovigen uit het Oude Testament keer op keer worden geprezen, omdat hun gehoorzaamheid voortkwam uit geloof. "Door geloof" was Abraham "gehoorzaam" (Hebr. 11:8); "door geloof" bouwde Noach "een ark" (Hebr. 11:7); "door geloof" verliet Mozes "Egypte" (Hebr. 11:27); "door geloof" verkregen anderen "gerechtigheid" (Hebr. 11:33). Maar we vinden in de Bijbel geen uitdrukkingen als "uit dankbaarheid waren zij gehoorzaam". Bovendien zien we dat christelijke gehoorzaamheid wordt aangeduid als het "werk van het geloof", en nooit als het "werk van dankbaarheid" (1 Tess. 1:3; 2 Tess. 1:11). We komen uitdrukkingen tegen als "leven door geloof" (Gal. 2:20) en "wandelen door geloof" (2 Kor. 5:7), maar nooit "leven door dankbaarheid" of "wandelen door dankbaarheid". We vinden de uitdrukking "geloof dat werkzaam is door de liefde" (Gal. 5:6), maar niet "dankbaarheid die werkzaam is door de liefde". We lezen dat "het doel van het gebod liefde is, die voortkomt uit een zuiver hart, een goed geweten en een oprecht geloof" (1 Tim. 1:5), maar niet "uit oprechte dankbaarheid". We lezen dat "geloof zonder werken dood is" (Jak. 2:26), maar niet dat "dankbaarheid zonder werken dood is". En toen Jezus inging op de aarzeling van de discipelen om eerst het Koninkrijk te zoeken – omdat ze zich zorgen maakten over voedsel en kleding – zei Hij niet: "O, jullie van weinig dankbaarheid"; Hij zei: "O, jullie van weinig geloof" (Matt. 6:30). Geloof in toekomstige genade – niet dankbaarheid – is de bron van radicale, risicovolle gehoorzaamheid die gericht is op het Koninkrijk.
Dit is opmerkelijk. Dankbaarheid wordt in de Bijbel niet naar voren geschoven als een voornaam motief voor het christelijk leven. Dankbaarheid is iets prachtigs. Zonder dankbaarheid is er geen christendom. Het vormt de kern van de aanbidding. Het zou het hart van elke gelovige moeten vervullen. Maar als het gaat om het beschrijven van de geestelijke dynamiek achter praktische christelijke gehoorzaamheid, zegt de Bijbel dat deze niet voortkomt uit dankbaarheid, maar uit de blik van het geloof, die ten diepste en alomvattend op de toekomst is gericht.
Deze post is gebaseerd op het tweede deel van een artikel op Crossway: Our Motive for Obeying God Shouldn’t Be Gratitude
Reactie plaatsen
Reacties