Hoe kan God alle dingen aan de mens hebben onderworpen, hem met heerlijkheid en eer hebben gekroond, terwijl we ons toch in zo'n vernederende situatie bevinden ?
Paulus vergelijkt in Hebreeën eerst Jezus met de engelen, maar in hoofdstuk twee zien we ook de tegenstelling tussen ons en de engelen: zij hebben geen deel aan de verlossing en wij wel. In Hebreeën 2:5 lezen we: „Want niet aan engelen heeft Hij onderworpen het toekomstige aardrijk, waarover wij spreken, iemand heeft ergens betuigd“ – en dan volgt het citaat uit Psalm 8 – „‘Wat is de mens, dat U aan hem denkt, of de mensenkind, dat U acht op hem geeft? U hebt hem voor weinig minder gemaakt dan de engelen. met heerlijkheid en eer hebt U hem gekroond en alles onder zijn voeten onderworpen.’ Want door hem alles te onderwerpen heeft Hij niets overgelaten dat hem niet onderworpen zou zijn. Maar nu zien we nog niet alles aan hem onderworpen.”
Laten we daar even bij stilstaan. Hebreeën pikt het verhaal van de mensheid op uit Psalm 8, namelijk dat God, hoewel we klein zijn, voor ons zorgt, en dat Hij ons, hoewel we lager zijn dan de engelen, heeft gekroond, en Hij ziet een probleem. Als je naar de wereld om je heen kijkt, lijkt het er niet op dat alles aan de mens onderworpen is. Er is lijden, er is dood, er zijn natuurrampen. De dingen verlopen niet zoals wij dat zouden willen. Hoewel Psalm 8 ons in zekere zin vertelt dat wij, als mederegeerders, de controle zouden moeten hebben over de wereld die God heeft geschapen, is dat niet het geval; er gaan dingen mis. En de brief aan de Hebreeën gaat hier dieper op in en stelt dat de psalm waar moet zijn.
Hoe kan God alle dingen aan de mens hebben onderworpen, hem met heerlijkheid en eer hebben bekleed, terwijl we ons toch in die vernederende situatie bevinden ? We zien niet dat alles aan de mens onderworpen is. Maar Hebreeën 2:9 zegt: „maar wij zien Jezus, die een weinig minder dan de engelen gemaakt was vanwege het lijden van de dood met heerlijkheid en eer gekroond, opdat Hij door de genade van God voor alles de dood smaakte.” Psalm 8 wordt zo vervuld in Hem, in Jezus. Wat Psalm 8 zegt over de mens en over onze relatie tot de schepping zal straks ook voor ons waar zijn, omdat het waar is voor Jezus. We zien Hem nu al met heerlijkheid en eer gekroond en straks zal Hij ook als Koning regeren - en wij met Hem.
Zien we iets nieuws als we terugkeren naar Psalm 8? Aan het begin van de psalm gaat het duidelijk om Gods glorie in de schepping. Hij heeft zijn glorie boven de hemelen geplaatst. Hij is groot, en Hij heeft alle dingen gemaakt. Maar als we de psalm doorlezen en daarin niet alleen het verhaal van de mens zien, maar ook dat het vervuld is en wordt in Christus, kunnen we beseffen dat deze laatste uitspraak – ‘O HEERE, onze Heere, hoe heerlijk is Uw naam op de hele aarde’ – ook bedoeld is om ons in Christus te herstellen, om ons terug te brengen naar waar we horen te zijn en zelfs hoger dan waar we in de hof waren. Hij zet ons met Christus boven alle dingen, omdat Hij boven alle dingen staat.
Dit is een bewerking van het tweede deel van een artikel op Crossway: Taking a Closer Look at Psalm 8.
Reactie plaatsen
Reacties