Leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. (Mattheüs 11:29)
De Heere Jezus heeft inmiddels al vele maanden met Zijn discipelen doorgebracht. Samen zijn zij door het land Israël getrokken.
In die tijd horen zij hun Meester prediken en onderwijzen. Ze zien hoe Hij vol liefde zieken geneest. Ze mogen meehelpen om een hongerige menigte van brood en vis te voorzien. Met eigen ogen zien ze dat de Zoon van God doden kan opwekken.
Op een dag komt er een gedachte op bij de discipelen: wie van hen de grootste zou zijn (Lukas 9:46). Hebben ze er met elkaar over gesproken? Misschien bleef het wel bij een onuitgesproken gedachte. Maar omdat de Heere in het hart kijkt, neemt Hij een kind als voorbeeld en legt Hij uit: "Wie de minste is onder jullie allen – die is groot."
Hebben de discipelen deze les begrepen? In het verslag van de laatste avond vóór de kruisiging van de Heere Jezus staat: "Er ontstond ook een twist onder hen over de vraag wie van hen als de grootste gold." Hun overpeinzing was inmiddels veranderd in een ruzie. Wat erg! De Heere onderbreekt hen en vraagt: "Wie is groter: degene die aan tafel aanligt, of degene die bedient? Is het niet degene die aan tafel aanligt?" Vervolgens stelt Hij Zichzelf als voorbeeld:
"Maar Ik ben in jullie midden als degene die dient" (Lukas 22:24–27). Had Hij dit kort daarvoor niet op krachtige wijze laten zien, toen Hij vóór de gezamenlijke maaltijd hun voeten waste? Daarmee gaf Hij een bijzondere, aanschouwelijke les.
Toen dan de maaltijd plaatsvond en de duivel Judas Iskariot, de zoon van Simon, al in het hart gegeven had Hem te verraden, stond Jezus, Die wist dat de Vader Hem alle dingen in handen gegeven had en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heen ging, op van de maaltijd, legde Zijn kleren af, nam een linnen doek en deed die om Zijn middel. Daarna goot Hij water in de waskom en begon de voeten van de discipelen te wassen en af te drogen met de linnen doek die Hij om Zijn middel had. Johannes 13:2 -5.
Reactie plaatsen
Reacties