Jezus zei tegen hem: Voorwaar, Ik zeg u: heden zult u met Mij in het paradijs zijn. Lukas 23:43
Jezus hangt aan het kruis. Hij lijdt vreselijke pijn. Het is alsof al Zijn ledematen uit elkaar worden getrokken (vgl. Psalm 22:15). Toch blijft Hij oog hebben voor anderen. Hij vraagt om vergeving voor Zijn beulen, Hij troost Zijn moeder, en nu ontfermt Hij Zich over een van de twee misdadigers die samen met Hem gekruisigd zijn.
Aanvankelijk bespotten en beschimpen ze Hem allebei. Maar plotseling komt een van hen tot inzicht en zegt tegen zijn medegevangene: "Vrees jij God niet, nu je hetzelfde vonnis ondergaat? Wij ondergaan dat terecht, want wij krijgen wat onze daden verdiend hebben; maar deze man heeft niets verkeerds gedaan." En dan vraagt hij aan Jezus: "Heere, denk aan mij wanneer U in Uw koninkrijk komt" (Lukas 23:40–42). Opmerkelijke woorden! Deze misdadiger belijdt zijn schuld en doet een beroep op degenen die naast hem zal sterven, smekend om genade. Hij beseft dat deze man onschuldig is en noemt Hem "Heere". Vervolgens getuigt hij van het toekomstige koninkrijk van deze verachte Jezus van Nazareth en vraagt hij om daarin te mogen delen. En wat antwoordt Jezus? "Nee," zegt Hij, "je hoeft niet op het koninkrijk te wachten, want heden, op het moment van je sterven, zul je met Mij in het paradijs zijn" – de verblijfplaats van de zielen van allen die hun geloof en vertrouwen in Hem hebben gesteld.
De belofte die Jezus aan deze berouwvolle misdadiger deed, geldt voor ieder die oprecht zijn schuld voor God heeft beleden. "Heden", direct na hun heengaan, zullen gelovigen bij Christus in het paradijs zijn. Daarom schrijft Paulus: "Ik verlang ernaar heen te gaan en bij Christus te zijn, want dat is verreweg het beste" (Filippenzen 1:23). Gelukkig is degene die zijn leven met deze vaste zekerheid mag beëindigen!
Reactie plaatsen
Reacties